Dominicaanse Republiek

Dominicaanse Republiek

Time goes by at a racing speed…
Deze reis werd ondernomen tijdens een voor mij professioneel drukke periode van transitie.
Ondertussen zijn we bijna 20 jaar verder, is er heel veel gebeurd, privé en professioneel, werden heel wat uitdagingen overwonnen…

Avec le temps va, tout s’en va, verwoordt Leo Ferré zo mooi… maar met dit reisverslag is weer een familiaal mooie week uit het verleden vastgelegd.

Vrijdag, 17 juli 1998

Ondanks de korte nacht, wippen Yves en ik om klokslag 5.00 uur vol enthousiasme uit de veren. Gisteren is het inderdaad wat laat geworden en na het gebruikelijke ‘douchen-appelsienenpersen-koffie en chocolademelk maken’-ritueel wordt de rest van de kroost gewekt, wat niet bepaald zonder horten of stoten gebeurt aangezien Ann en Tim gisteren pas laat uit Watou gearriveerd zijn en Guy net zijn scoutskamp achter de rug heeft.

Na een haastig ontbijt blijkt het – zoals nu eenmaal de gewoonte is in onze familie – niet eenvoudig om alle bagage in de auto te proppen, maar na wat schikken en nog eens herschikken wil het toch lukken en kunnen we met z’n vijven toch min of meer comfortabel in de auto gaan zitten. De gedweeë wagen start zonder tegensputteren en vanop de eerste verdieping worden we door een ietwat weemoedige in slaapzak gehulde Hanne nagewuifd… Guy probeert zich ‘cool’ te houden en wuift discreet in haar richting… dit melancholisch beeld blijft me een hele tijd bij.

Na een rimpelloze en rustige rit naar Zaventem, keilen we plots in de drukke luchthaven. We noteren alvast met verwondering een vertraging van een half uur voor onze vlucht. Na het inchecken slenteren we wat rond in de krantenkiosken en boetieks. Bokenworm Yves koopt ‘Een zachte vernieling‘ (van Hugo Claus), Ann ‘Trainspotting‘ (van Irvine Welsh), en Guy een veelbelovend nummer van de National Geographic.

Om 10.30 uur kunnen we eindelijk naar het vliegtuig en een zekere Sara van Sobelair heeft achter de schermen voor ons een prachtplaats versierd. Een stijlvolle airhostess vertelt ons dat we met de groeten van Sara (hmmm… en nu niet jaloers worden, Ingrid!) Champagne aangeboden krijgen. Als dat geen goed voorteken is voor een geslaagde vakantie. We ondergaan gelaten de courante veiligheidsrichtlijnen en tax-free verkoop en verorberen daarna een lekkere maaltijd. Van de geplande lectuur komt niet veel in huis, want ik laat me verleiden tot het bekijken van de twee films ‘The man who knew too little‘ en ‘Shooting fish‘ die op het programma staan.

Aangezien we 6 uur winnen, landen we al rond 15.00 uur in Punta Cana. De warme tropische lucht, de azuurblauwe hemel en de ritmische tonen van de ‘merengue’ kussen ons onstuimig en plots steken heel wat mooie herinneringen uit de vorige vakantie de kop op… hoog tijd dat we daar eens een verslagje over schrijven… immers: scripta manent! Lachende bruine gezichten alom, naar onze normen gigantische planten… deze plaats barst werkelijk van de energie. Het luchthavengebouw zelf is net gegrepen uit een Walt Disney-film… vensters zijn er niet en de daken zijn bedekt met gedroogde palmbladeren. Alles lijkt hier primitief, eenvoudig, ongecompliceerd, zoals de stralende glimlach op de vele knappe, bruine gezichten.

Punta Cana Airport
Aankomst in Punta Cana… we voelen ons zo bleekjes tussen al die mooie bruine mensen

Na de gebruikelijke formaliteiten recupereren we onze valiezen en nemen we een taxi naar het hotel, de Punta Cana Beach Resort. Het tochtje van een vijftiental minuten valt wat tegen. In tegenstelling tot het exuberante landschap in Jamaica, is de plantengroei hier verre van weelderig en biedt dit gebied een dorre en desolate aanblik. Ook op de baan praktisch geen wagens, nu en dan een bromfiets… Dwergpalmen, droog struikgewas en doornstruiken overheersen in het landschap.

We komen aan in Punta Cana Beach Resort en zijn onder de indruk van de plotse overweldigende plantengroei… palmbomen, reuze klimplanten, een vrolijke symfonie van kleurrijke exotische bloemen. Ook hier een palmbladerdak boven een immense inkomhal zonder ramen. De imponerende balie is origineel opgevat… een U-vorm, waarvan het onderstuk over heel de lengte ingericht is als aquarium met een levendige wirwar van exotische vissen. In gebroken Engels-Spaans vertelt de efficiënte receptioniste ons in een notendop wat we zoal moeten weten. We vernemen dat onze kamers momenteel in orde worden gebracht en ze overhandigt ons de sleutels. We installeren ons in de ruime zetels van de hall. Wim laat zich languit neerploffen in een uitnodigende hangmat en een ogenblikje later sippen we allen aan een koele exotische fruitmix.

Heerlijk! Deze eerste kennismaking met onze nieuwe omgeving

Na een half uur mogen we naar onze kamers. De kamers zijn mooi ingericht en ruim, de airco draait op volle toeren… vanop het ruime terras een prachtig zicht op het zwembad en de palmbomen. Op zo’n momenten denk je dan: ‘Ik ga nooit meer naar huis’. Ann, Guy en Wim grissen in allerijl hun badpakken uit de valiezen en racen richting zwembad. Yves en ik laden de valiezen uit en na een frisse douche en aangepaste kledij maken we een exploratietocht doorheen het uitstrekte domein dat 8 ha groot is. We beseffen direct dat alle ingrediënten hier aanwezig zijn voor een ontspannende vakantie. Ook het strand is het summum… zo’n strand kan enkel in de verbeelding bestaan, dacht ik vroeger. De zee is doorzichtig, groenblauw, het zand is er veel fijner dan bij ons en de wiegende palmbomen zorgen voor de nodige schaduw.

Na deze eerste positieve indrukken trekken Ann en ik richting infolokaal om de hele familie in te schrijven voor een Shopping Tour, de volgende dag. Een medewerker van de vrouwelijke manager steekt zijn belangstelling voor Ann niet onder stoelen of banken en zit Ann ongegeneerd en geamuseerd aan te gapen… wat duidelijk flink op Ann’s zenuwen werkt. Ja, ze zijn hier, zo te zien, nogal warmbloedig.

’s Avonds trekken we naar het restaurant en we maken een eerste kennismaking met het overweldigende ‘Bourgondisch’ buffet, de vriendelijke inlandse obers, die trots hun arsenaal parelwitte tanden laten zien wat mooi harmonieert met hun guitige bruine ogen… en het weidse zicht op de Caraïben. We weten het meteen… iedereen zal hier zijn gading vinden, we proeven van de exotische gerechten en genieten van elkaars gezelschap tot laat in de avond. Als we het restaurant verlaten schitteren duizenden sterren in een pikzwarte hemel… Guy krijgt het plots en gaat languit op het strand gaan liggen, een dromerige blik gericht op oneindig.

Zaterdag, 18 juli

Zoals altijd tijdens de vakantie is Yves al vroeg op… hij geniet momenteel duidelijk van een in sigarenrook gehulde Elizabeth Wurtzel. Een veertiental dagen geleden tackelde hij haar boek ‘Bitch‘, maar middenin het boek sprong hij over naar haar vorig boek ‘Het land van Prozac‘. Als ik ooit depressief word, dan is er alvast een expert in de buurt. De tijdens de voorbije nacht falende airco (wat kan het hier toch heet zijn… pffff!), het prachtige weer en een blik op het lonkende verlaten zwembad overtuigen me… beneden moét ik zijn en een paar tellen later trek ik ijverig heel wat baantjes in het zwembad… this truly is paradise!

Na een stevig ontbijt, dat naar eigen smaak en lust geplukt wordt uit een exuberant buffet – variërend van allerhande exotisch versgeperst fruit tot op allerhande manieren bereide eitjes en een waaier van verse fruitsoorten (mango’s, ananas, bananen, pompelmoezen, meloenen, enz.) trekken we tegen 9.00 uur naar de hall voor de shopping excursie.

Het busje komt ons ophalen en een Hollands koppel en gezin met drie kleine pagadders worden onze medepassagiers. We rijden langs een goed onderhouden hoofdweg naar Higuëy en kunnen ons zo al een eerste beeld vormen van het kleurrijke leven van de Dominicanen. De meestal houten of golfplaten huisjes zijn bontgekleurd, de vegetatie wisselt van dor naar mooi groen. In Higuëy krijgen we plots een onaangekondigde gids aan boord, die prompt 3 USD/persoon vraagt. Aangezien deze uitstap reeds zonder gids vrij duur uitvalt weekt dit nogal heftige reacties los bij het Hollandse gezelschap en het delicate remuneratiepunt wordt verschoven naar ‘some vague moment in the future of this day‘.

De gids stelt ons voor om een wandelingetje te gaan maken tussen de bontgekleurde marktkramen, maar de kraampjes zelf zien er allesbehalve appetijtelijk uit… met worsten en lappen vlees die zomaar in de warmte aan priemen hangen te walmen in een onaantrekkelijke buurt. En aangezien de Hollanders in het busje radicaal gekant zijn tegen zo’n wandeling, wordt er verder niet aangedrongen.

Stilletjes aan wordt het voor ons duidelijk dat de meeste Dominicanen eigenlijk straatarm zijn, wat fel contrasteert met de overdonderende luxe van het hotel. Ergens hebben we een wrang voyeurgevoel… en ook medelijden met de arme mensen om ons heen. Ook wel een beetje afgunst, want deze mensen lijken ondanks de armoede gelukkig… gelukkiger dan wij eigenlijk met al onze luxe en kasten van huizen. We merken schroomvallig op dat ze hier waarden behouden hebben die wij tijdens de laatste generaties beetje bij beetje hebben opgeofferd voor meer luxe, meer geld. De kinderen vertoeven hier behaaglijk in de veilige buurt van hun ouders, hele families zitten samen buiten te keuvelen, alle generaties samen door elkaar – piepjong, jong, oud en stokoud – als vanzelfsprekend zonder stress, in harmonie met elkaar en hun omgeving. Ze lopen meestal neuriënd, zingend… met de heupen wiegend, dansend.

Een paar straten verder, leidt de gids ons binnen in een souvenirwinkeltje, de prijzen zijn excessief hoog… alles kost er duurder dan bij ons. Het aanbod is vrij beperkt en gaat van naïeve olieverfschilderijen tot hangertjes in barnsteen en larimar. Barnsteen is het beroemdste product van de Dominicaanse en wordt gewonnen in het noorden van het land. De magnetische krachten en positieve energie die in deze steen zouden zitten, zetten de eerste bewoners er reeds toe aan hem als amulet te gebruiken tegen kwade invloeden en krachten. De larimar is witblauw van kleur en wordt ook wel eens de Dominicaanse turkoois genoemd. Hij wordt meestal als hanger, in een ring of broche verkocht. Daarnaast ook nog de sigaren en cigarillo’s, die uiteraard van topkwaliteit zijn. De trek om iets te kopen vergaat ons en we besluiten maar wijselijk om de souvenirjacht nog wat uit te stellen.

Daarna trekken we naar de kathedraal van Higuëy, een bedevaartsoord. Eén keer per jaar, op 21 januari, komen pelgrims uit het hele land hierheen om de Nuestra Señora de Altagracia, met een processie te huldigen. De kathedraal is eigenlijk een eigenaardige constructie, en als je ervoor staat dan kan je de vorm van biddende handen ontwaren… Vóór de kerk een cumul van miserie… ouderen, bedelaars, gehandicapte kinderen, mensen met smekende, kommervolle ogen. Deze ellende geeft ons een gevoel van onmacht en immens mededogen. We zouden eigenlijk niets liever willen dan deze mensen wat helpen, maar dat kunnen we niet, het is gewoon hopeloos… er zijn teveel sukkelaars en van overal komen ze naar ons toegelopen.

Onze gids loodst ons doorheen de massa de kerk binnen en stoort er zich blijkbaar niet aan dat er een eredienst aan de gang is, wat wij eigenlijk wat oneerbiedig vinden. De kathedraal zit nokvol met op hun paasbest geklede Dominicanen, precies zoals bij ons een dertigtal jaren geleden, meisjes met pastelkleurige mooie wijde kleedjes, strikjes in de mooi gevlochten haren, witte kanten sokken en glimmende schoentjes. Sommigen houden paternosters en kaarsen biddend, smekend hoog in de lucht. Wij voelen ons wat gegeneerd om hun eredienst zo te verstoren en zijn eigenlijk blij dat we terug buiten zijn.

Kathedraal van Higuëy

De bedelaars belagen ons weer als een zwerm bijen… en we hebben moeite om de bus te bereiken. Er spelen zich daarna enkele taferelen af, waar we nu nog geen touw aan kunnen vastknopen. Onze gids stapt naar een gewapende soldaat en stopt hem een fooi toe. We zien een man van middelbare leeftijd de kathedraal verlaten, hij haalt een lias bankbiljetten boven en begint gul de handen van de vele toestromende kreupelen en sukkelaars te vullen… bijna ogenblikkelijk verschijnt weer een gewapende soldaat, die de vrijgevende man begint uit te kafferen. Ik heb ergens gelezen dat het leger een bevoorrechte klasse is in de Dominicaanse, en dit is hiermee schrijnend mooi geïllustreerd.

We stappen weer in de bus en worden enkele minuten later weer in een souvenirwinkeltje gedropt. Wim laat zijn blik vallen op een stenen beeldje en na veel aandringen – en Wim kàn aandringen – bezwijken wij onder zijn smeekbeden. Guy is wanhopig op zoek naar een cadeautje voor Hanne, want veel winkelen zal er de komende dagen niet inzitten. Eerst laat hij zijn oog vallen op en trendy, ronde lederen tas… ‘dat zou ze zeker graag zien, dat past bij haar’, zo stelde hij. De prijs is echter navenant en schrikbarend duur en dus moet het noodgedwongen iets anders worden. Na een tijdje wordt het een mooi houten beeldje, dat geliefden voorstelt in een innige omhelzing. De zelfbewuste, zwarte, nogal lijvige verkoopster lanceerde aanvankelijk een vrij hoge prijs. Er wordt met Yves onderhandeld… een heel ritueel, een escalatie van verontwaardiging, ongeloof, weggaan, terugkeren, terug weggaan, terugkeren. Het deed mij denken aan één of ander primitief voorspel. Maar ja hoor, na een hele tijd wordt voor beiden een schappelijke prijs overeengekomen. Ondertussen is Ann ook wild enthousiast geworden voor dat beeldje en we kopen er uiteindelijk twee en zoeken ook nog wat mooie postkaarten uit.

Wachtende ‘taxi’s’… terwijl we wat rondneuzen in de supermarkt

Dan het busje weer in en na een paar minuten terug eruit. We maken een wandeling doorheen Higuëy en kunnen zo ruiken en proeven van het straatleven. Het valt ons op dat er heel wat bromfietsen zijn en we krijgen te horen dat die hier fungeren als taxi’s. Het gaat meestal om vooroorlogse modellen in alle mogelijke kleuren. We brengen ook nog een bezoekje aan een klein museum waar enkele collectiestukken amber, barnsteen en lamiral te bewonderen zijn.

Daarna keren we terug hotelwaarts. De gids krijgt zijn fooi (een ietsje minder dan hij verwacht had) en stapt half tevreden uit.

We bereiken het hotel na een lange en vermoeiende rit. Blijkbaar doet de airco het in onze kamer nog niet. Ik bel naar de receptie en ze zullen het komen nakijken. Na een douche stevenen we richting strand, waar we op zoek gaan naar strandhanddoeken en exploreren naar de watersportmogelijkheden. Het mannetje van de strandhanddoeken lijkt ons een ‘loensche piketter‘, en legt ons uit dat wij heel goed voor onze handdoeken moeten zorgen. Als we ze kwijtspelen moeten we ze betalen en ze zijn erg duur zei hij overtuigend. Tussen zijn tanden door vraagt hij in gebroken Engels/Spaans of ik voor hem geen geld heb voor een cola. Deze plotse impertinentie overvalt me een beetje en aangezien mijn geld, zoals gewoonlijk, veilig tegen mijn bezwete rug opgeborgen zit, laat ik hem ietwat onvriendelijk weten: ‘no tengo dinero‘.

Een atletische Ricardo vertelt ons dat alle watersporten en lessen gratis zijn. Ann en Wim schrijven zich prompt in voor ’s anderendaags: een eerste surfles om 11.00 uur, een snorkelles om 13.00 uur, en om 14.00 uur een zeilles. Guy zal met Wim om 10.00 uur de waterski eens uitproberen. Amai, dat wordt druk… is dat vakantie? Tomorrow promises to be very hectic.

Surfles Ann – Punta Cana Beach

We genieten weer van een heerlijk avondmaal en kruipen vrij vroeg onder de veren… om 19.00 uur is het hier immers al pikdonker. Het is wel wat wennen aan het showtime kabaal beneden, maar ja, dat hoort er nu eenmaal bij.

Zondag, 19 juli

Bij het ochtendgloren met Yves genoten van het zwembad. Na het rijkelijk ontbijt trokken we naar het strand. Guy en Wim proberen de waterski uit, maar blijken toch nog niet genoeg kracht te hebben om zich staande te kunnen houden op de golven.

Tussendoor heb ik aan ons kamermeisje, een tengere vriendelijke en nette jongedame, nog eens gevraagd of ze de airco wou laten nakijken. En blijkbaar heeft deze laatste smeekbede eindelijk haar vruchten afgeworpen, want de airco ronkt nu dat het een lieve lust is en de kamer is een heerlijk koele oase geworden.

Tijdens de surfles van Ann en Wim, scheert Guy elegant met de surfplank heen en weer over de golven. Wim houdt het surfen na een tijdje voor bekeken terwijl Ann heel geduldig op de plank blijft oefenen… het is telkens herbeginnen, maar met haar verbeten koppigheid lukt het haar al aardig om zich een hele tijd recht op de plank te houden.

De tijd gaat zo snel dat niemand merkt dat we langzaam, maar zeker aan ’t braden en bakken zijn… t-shirts worden inderhaast uitgedeeld en ook in het water aangetrokken. Om 13.00 uur volgen Ann en Wim met Ricardo een snorkelles en ook dat lijkt aardig te lukken. Eén van de monitoren heeft Wim al verwittigd dat hij zijn ‘brother-in-law’ zal worden… maar ons Ann blijft daar heel koel bij en laat zich door zijn diverse avances helemaal niet in de war brengen.

Om 14.00 uur volgt de zeilles voor Ann en Wim. Na een paar demonstraties van Ricardo, wil dit al aardig lukken en ‘in no time’ scheren ze gezwind met bolle zeilen heen en weer over de kuststrook. Guy ziet daar blijkbaar plots ook wat in en in no time zit hij bij Ann in het bootje… aanvankelijk ‘no problem’, maar na een tijdje toch gepaard gaande met coördinatieproblemen, waarop het bootje pardoes kantelt.

Daarna houdt ook Ann het voor bekeken en Guy en Wim houden een waarachtige zeilrace… en zo gaat dit uren aan een stuk door. Heerlijk hoe die zeilen bol staan van de krachtige, energieke wind.

 

Maandag-dinsdag, 20-21 juli

Genoten van zon, zee, strand, kaarten aan het zwembad, lezen, watersporten… We hebben ons ook ingeschreven voor een heuse boottocht, morgenvroeg, langs de kuststrook.

’s Morgens en ’s avonds genoten van lekker eten aan de grote ronde tafel, die praktisch buiten staat, met zicht op de Caraïben. Dit is werkelijk het einde, een beeld om vast te houden en om aan terug te denken tijdens lange, koude winteravonden.

Woensdag, 22 juli

Om 9.00 uur de boot genomen en genoten van een heerlijke, stimulerende, tocht van ongeveer één uur en dit exclusief voor ons. Het was verkwikkend en we kregen zo een idee van de kustvegetatie, die varieert van hoge, ranke palmbomen op witte stranden tot mangrovegewassen met diep in het water gewortelde tentakels. Ook merkten we een vissersdorpje op, met op het strand enkele kleine bootjes en houten kleurrijke huisjes. Hier en daar stak ook een snorkelaar zijn hoofd boven water, en we vreesden er soms voor dat ons bootje vroeg of laat één van die mensen zou kwetsen.

Ann, in een wirwar van mangrove-tentakels

De tocht was adembenemend en soms ook wat benauwend omdat het bootje fluks langs de rotsen scheerde en in de bochten vervaarlijk ging kantelen, waarbij het kielwater soms hoog opspoot. Guy vertelde later dat hij bij momenten in zijn verbeelding al krantenkoppen zag opdoemen in de trant van ‘Vier Belgen tijdens boottocht verongelukt in de Caraïben’… Bij dit alles bleef onze waardige zwarte ‘captain’ onverstoorbaar kalm.

Na de boottocht kozen Guy en Wim weer voor een zeilsessie. Aanvankelijk wilde het niet zo goed lukken omdat er zo’n hevige wind stond. Na een tijdje sukkelen verving Ricardo het roer en hij demonstreerde hoe ze dit zeilkarwei best konden aanpakken… wat daarna prima wou lukken, maar soms hield ik toch mijn hart vast, vooral bij het veranderen van richting leek het alsof het ding ging kapseizen.

’s Middags trokken we eens naar het restaurant ‘Choza’… voor mij werd het een lekkere mixed salad en de rest van de familie opteerde voor een cheeseburger met frieten. We moesten wel wat geduld oefenen, want de waitress was nogal zwaarlijvig en zeer… zeer… zeer… traag en ‘dure de comprenure‘.

Om 15.00 uur reserveerden Guy en Wim een tennisplein. De kraaknette tennispleinen ademen een koloniale sfeer uit. De tennisvelden zijn omgeven door palmbomen en exotische struiken met prachtig geurende bloemen, de pleinen zelf zijn met een fijne zandlaag bedekt en meerdere malen per dag worden die door de boys besproeid, geborsteld en gewalst. Ook kan je een ‘ballboy’ bestellen, die systematisch al de ballen opraapt, wat we dan weer een tikkeltje als decadent ervaarden. Wim won de partij na een heel spannende match onder een snikhete zon. Er wordt gereserveerd voor morgen 18.00 uur voor de revanche.

Punta Cana Beach: tennis time!

Donderdag, 23 juli

Ik zit hier nu te genieten van het zonovergoten strand, in de schaduw van een sierlijke palmboom, nadat Guy en Wim ingescheept hebben voor een snorkelpartij. Ann heeft deze nacht niet te best geslapen door haar prikkelhoest en zal het vandaag wat rustiger aan doen. Yves zit aan het zwembad zijn vierde boek uit te lezen, niets ontsnapt deze zomer aan zijn leeswoede.

De exotische weelde van de omringende natuur heeft mijn leesmicrobe precies ingeblikt… en ik word telkens weer afgeleid door de overweldigende schoonheid van dit eiland. Ik zit nu met een half oor te luisteren naar de melodieuze klanken van de Spaanse conversatie van vier werklieden die hier iedere morgen het strand komen schoonmaken. Met verbeten volharding deponeert de zee hier telkens weer een laag wieren op het strand, en iedere morgen opnieuw wordt dit netjes opgeruimd. Eerst wordt alles op een hoop geveegd, dan wordt dit door twee werklieden met een vork in twee kruiwagens gedeponeerd, terwijl de twee kruiwagenmannen toekijken… en als de kruiwagens vol zijn, wordt de inhoud ervan in een kleine vrachtwagen gekeild. Eén van de werklieden heeft net een kokosnoot opgeraapt, hij slaat er een gat in en drinkt het leeg. Een prachtige foto zou dat zijn… dit ranke bruine lichaam genietend van het sap van de palmbomen op een azuurblauwe achtergrond. Na het drinken wordt de kokos onder de vier verdeeld. De kokosnoten worden stilletjes aan rijp en aan sommige palmbomen hangen werkelijk mega-exemplaren. Het is altijd eventjes opletten geblazen waar je gaat zitten, want als je zo’n kanjer op je hoofd krijgt, dan heb je wel het beste van je vakantie gehad. Het strand ligt bezaaid met een soort reuze-eikels, dit zijn kleine kokosnoten die door de bomen afgestoten worden.

De ‘merengue‘ dansles begint en ik laat me meewiegen op de ritmische tonen, die zo aardig harmoniëren met de omgeving, de blauwgroene zee, de wiegende palmbomen, de gracieuze bruine lichamen, de lachende monden met parelwitte tanden… Het lijkt me zonde om al dit mooie weg te vegen met een boek, maar toch ben ik vandaag vastbesloten om het boek van David Harp ‘3 minuten meditaties‘ uit te lezen.

Ondertussen zijn Guy en Wim terug. Guy is wild enthousiast over het snorkelen en zou het dolgraag nog eens overdoen, maar dan veel verder in zee. We trekken naar de handdoekenman, die ook instaat voor de organisatie van de activiteiten, en vragen eens na of dit nog mogelijk is… helaas, de boot blijkt deze namiddag volzet. We dringen aan of er toch niet één meer bij kan, en met een geheimzinnige blik in de ogen raadt hij ons aan om dan toch maar af te komen… je weet maar nooit dat er iemand wegvalt, zegt hij. Hoe hij het voor elkaar gekregen heeft, weten we niet, de boot kon na een tijdje uitvaren, met een dolgelukkige Guy aan boord. Ondertussen blijkt dat we een handdoek zoekgeraakt zijn, waarop de handdoekenman ons een geheime minnelijke schikking voorstelt… voor een driehonderd frank wordt het verlies gewoon weggeveegd… En zo naderen we het einde van een mooie reis.

Op het strand… lekkere cocktails daar!

Eventjes zijn we ondergedompeld geweest in een andere cultuur en leefwereld. Het aangename klimaat, de zon en de zee hebben ons van een weekje paradijs laten proeven. Allicht is het leven voor de Dominicaan niet altijd even rooskleurig. Vooral het contrast tussen de weelderige hotels en de kleine armoedige hutjes en huisjes is erg groot. In de blikken van de mensen in sommige buurten merk je soms heel eventjes dat er bij de bevolking iets broeit… alhoewel de meesten erg vriendelijk en joviaal zijn, kon ik mij niet van de indruk ontdoen dat er onderhuids iets knaagt. De toeristische mallemolen begint op volle toeren te draaien en onvermijdelijk zullen hier in de toekomst heel veel mooie waarden onherroepelijk sneuvelen.

Einde van een korte, mooie exotische reis…